10 aug. 2012

Eindelijk regen!

Ho eens even! Zijn wij in de buurt van het hoogste punt van Thailand? Daar is anders weinig van te merken. De 2.565 meter hoge top is niet te zien, zelfs niet van een afstand. Dat komt omdat er allemaal bush omheen 'zit' die je eerst moet zien te doorgronden. Maar voordat wij daar aan beginnen, belandden deze wereldreizigers in het plaatsje met de kortste naam van het land; Li. Dit ligt op ruim 750 km van de plaats met de langste naam van Thailand. De langste plaatsnaam van de wereld waarschijnlijk. Bangkok heet namelijk officieel: Krung Thep Mahanakhon Amon Rattanakosin Mahintharayutthaya Mahadilok Phop Noppharat Ratchathani Burirom Udomratchaniwet Mahasathan Amon Phiman Awatan Sathit Sakkathattiya Witsanukam Prasit - oftewel 'Krung Thep,' wat zoveel wil betekenen als: 'city of angels'. Over Li kunnen we net zo kort zijn als de naam. Het bestaat (zoals zoveel dorpen hier) uit niet meer dan een straat met winkeltjes, een marktje en een handje vol restaurants. En een enkel hotel waar wij de nacht doorbrachten.

De volgende dag wilden wij de hoogste berg met in het gelijknamige nationale park 'Doi Inthanon' bezoeken. Er werd ons een slingerweg in weelderig groen beloofd maar dat viel in het begin reuze mee. Het meest avontuurlijke element zat hem in de opdoemende wolken die ons na een bezoek aan een waterval vergezelden. Hoe verder wij kwamen, hoe zwarter de lucht. Gelukkig gaf Garmin dichtbij een camping aan. Het terrein was bereikbaar via een slecht onderhouden asfaltweg, het groen kwam duidelijk door de bitumen heen, het kampement bleek evenmin druk bezocht. Er was geen kip, op drie boswachters na. Zij stoorden zich niet aan ons, noch nodigden zij ons uit om te komen eten of slapen in een van de gebouwtjes. En zo zetten wij onze tentstokken maar in natte grond, kookte ons eigen Yamyam noodleprutje en gingen vroeg op één oor. Niet eerder dan wij onze favoriete series hadden gekeken natuurlijk, die wij Boeddha zei dank, de vorige avond heimelijk hadden zitten downloaden in het resort in Li.

De hele nacht stortten de weergoden een tropische douche over ons heen. Lekker als je in de tent ligt, minder plezant als je er de volgende dag uit moet. Dit hebben wij nog niet eerder meegemaakt. De Doi Inthanon lieten wij maar verder voor gezien en snelden ons het NP uit, naar de bewoonde wereld. Het verhaal gaat verder als volgt; we slingerden ons een ongeluk door het landschap, de regen hield niet onverminderd aan het ontbijt kregen wij niet eerder in zicht dan bij het binnen rijden van Khun Yuam waar we nog meer lotgenoten op motoren tegen kwamen. We besloten om de Mae Hong Song-Loop te blijven volgen (bekende motorroute). Het stadje zag er niet anders uit dan drie jaar geleden op de gezellige markt na; door de regen was er maar een enkel kraampje op komen dagen. Wat vervelend voor de toeristen, die weten helemaal niet hoe sfeervol het hier kan zijn. Die indruk kregen wij later ook van Pai, honderd kilometer verderop en 80 haarspeldbochten verder. De toeristische trekpleister in de zomer, ligt er wat verlaten bij. Het mevrouwtje dat wij kenden van de Pai Cooking School moest zelfs bijbeunen met een openluchtrestaurantje want aspirant-leerlingen zijn in dit seizoen moeilijk te vinden.

In Chiang Mai probeerden wij te Couchsurfen maar de Nieuw-Zeelandse fotograaf in exile, wilden ons niet accommoderen. Gelukkig vonden wij er een vriendelijk guesthouse voor terug waarvan de kokkin verdomd lekker kon koken. De volgende dag wisselden wij bij 'German Joe' van achterschokdemper. Het stuk chagrijn kon af en toe wel een lach tevoorschijn toveren en met een beetje gekeuvel in zijn garage was het toch een leuke dag klussen geblazen. De demper van twintig jaar was door al het getril - al in Pakistan - kapot gegaan. Helaas heeft de Nederlandse verenspecialist Hyperpro de mega zware veer er een half jaar geleden voor niks opgezet. Die moest ik nu bij die mof in Chiang Mai laten liggen. Nog even iets over Hyperpro; ze zijn te beroerd om een reiziger in den vreemde te helpen en hun eigen fout te herstellen. Vandaar dat er nu een Thais wereldmerk op zit dat wij direct bij de fabriek hebben besteld. Vooralsnog houdt de YSS het gewicht aardig omhoog. Schatting: 330 kg exclusief 23 liter benzine en exclusief berijders (door al die rijst zijn wij lichter dan normaal maar toch, tel maar uit).

In het Elephant Conservation Center in Lampang zagen we de grootste landdieren op aarde in actie. Over gewicht gesproken, die dieren eten 80 kg planten per dag! Je kunt erop rijden, niet zo als een Africa Twin natuurlijk en we hebben ze kunstjes zien doen met boomstammen. Een verwijzing naar waar zij vroeger voor werden gebruikt. Nu is dat anders; de Thai houd nog wel van zijn Chang, zijn eigen olifant op wielen, de Toyota Hilux wel te verstaan. Een tachtig liter benzine slurpend monster dat ons keer op keer voorbij lijkt te moeten gaan. Met ons gangetje van 60-70 km per uur is dat best te begrijpen. We doen het rustig an. Zo zie je meer en van zuinig rijden is niemand armer geworden.

We kampeerden nog bij een hot spring in een ander Nationaal Park. Of het zo verstandig was weten wij niet, de eigenaar van het 'resortje' leek ons uit te lachen en ze verstond geen woord Engels. Wij zagen het badderen in het natuurlijke warme water wel zitten, niet wetende dat het in de buurt van de tent zou stikken van de muggen 's avonds. Het was ook nog eens bloedheet in de tent wat geheel te wijten is aan de slechte ventilatiemogelijkheden van het ding. Op een steenworp afstand richting Chiang Rai bezochten wij de mooiste tempel van Thailand. Althans zó is Wat Rong Khum bedoeld. De kunstenaar werkt er nog dagelijks om het object nóg mooier te maken. De Witte Tempel zal ruim 90 jaar in aanbouw zijn en met het jaar groter en groter groeien.

Na Chiang Rai - een stad waar je eigenlijk alleen maar komt voor een bezoek aan het drielandenpunt (the Golden Triangle) - die wij al hadden gezien - volgden wij voor het eerst de machtige Mekong. Helaas konden wij de oorsprong van de chocoladerivier niet met eigen ogen aanschouwen in Tibet (je weet dat wij de grens niet over mochten). Vastberaden om toch een groot deel van deze 10de langste rivier ter wereld te volgen, reden wij helemaal tot het plaatsje Chang Khong waar wij een veerpont naar de overkant namen. Maar dat houden we geheim voor het volgende verhaal!

(Alhoewel wij niet zo blij zijn met de regen - als is dat maar een paar uurtjes per dag - de boeren in Zuidoost Azië juichen zich een breuk bij het zien van een flinke wolkenpartij. Het zorgt ervoor dat hun rijstvelden vollopen en het planten / steken van de ontkiemde plantjes kan beginnen. Des te meer het regent, des te groter de oogst!)

Och germ, reden wij net deze slang plat? 'k Had 'm echt niet gezien!

Flinke stampert

Zo zien we het graag, een aangegeven parkeerplaats voor George.

Juist. De ene waterval is de andere wel.

Net uit het ei gekropen? Ahum, cocosnoot bedoel ik.

Victory voor Mae Hong Song. Drie jaar geleden stonden wij op precies dezelfde plek met een gehuurd brommertje...

Ooms en tantes verzamelen! Het is tijd om rijstplantjes in de modder te steken.

Hop; een bosje hier, een bosje daar...



Kissing fish.


Lisan zet haar 'vorklepel' (dank aan Roy en Karin) in een verse, hyper-gezonde Dragon Fruit. 
De enige vrucht die wij hier nog niet van geproefd hebben, is de Durian...

De nieuwe kloosterling bij deze tempel lijkt verdracht veel op...

Zondagmarkt in Chiang Mai, de leukste markt van de week.

Een bordje insecten. Smaakt meer naar frituur.

Eén van de grootste teakhouten tempels van Chiang Mai.

Oma Groters is goed in origami, maar deze oma kan er ook wat van!

Dit is niet de Jostiband, die zat verderop. De zondagmarkt geeft een podium voor muzikanten, jong en oud.

Dombo spuit water.

Dombo en een jonge olifant.

Die beesten kunnen schilderen. Zelfs met gillende kinderen om hen heen. 

Eindelijk mag hij de slurf van zijn lievelingsdier aanraken... 

En toen had het oliefilter een flinke draai nodig. Het was door al het dolen in de Thaise bergen een beetje los gaan zitten. Gelukkig ontdekten wij het leeglopen van de motor op tijd (ervaring mee nl.).

Mooi uitzicht vanuit de tent op de hot springs Japanse stijl.

Waar is die muggenspray ?!?

Dit is de brug over ' De put van de hel' de ingang van de Wat Rong Khun (White Temple).


Wensput.. Waar gaat die opbrengst heen?

Deze moeten ook geluk brengen. Je schrijft je naam erop en hangt ze dan naast alle anderen. Zie foto hieronder...


Dit stel wilde graag op de foto voor de gouden toiletten.

Prachtige karpers in de vijvers van Wat Rong Khun,

Wat Rong Khun.

Klik op foto voor uitvergroting.

Deze klok in Chiang Rai is gemaakt door Chaloemchai Khositphiphat, de Thaise kunstenaar die ook de White Temple heeft gemaakt.

Iedereen rijdt hier met paraplu door de regen.

Dit is wel het grootste Boedha-hoofd dat wij oooit gezien hebben.

1 opmerking:

  1. Mooie foto's. Vooral die witte tempel!

    BeantwoordenVerwijderen