23 nov. 2012

Eén met Maleisie

Ik zal het maar eerlijk vertellen: Maleisië is niet mijn favoriete land. Er klopt hier iets niet. Of misschien klopt er te veel. Het lijkt alsof de mensen hier alleen maar zijn om te werken. En ze wonen hier niet omdat ze er nu eenmaal eeuwen leven. Dat is te danken aan de snelle ontwikkeling van dit land, een toonbeeld van economisch succes waar de glinsterende Petronas Towers (de 'twin towers') hoog bovenuit stevenen. Op de motor zie je het nog het beste; het land is inmiddels zo ingericht dat elk perceeltje grond aangekocht is, om er palmolie- of cocosnotenplantages op te beginnen of simpelweg om geld te verdienen aan het kappen van hout. Van de traditionele vegetatie is nog maar weinig over en zo ook van de inheemse bevolking. Mensen die er lijken te leven op hun eigen traditionele wijze doen dit om van de toeristen rijker te worden. Dat geef ik Maleisië wel na, werkelijk in elke uithoek is er wel een zogenaamde trekpleister te vinden, bijzonder of niet. Al is het een vies strandje of een tempel die in geen jaren een likkie verf gehad heeft, alles is het bekijken waard als je de 'Malay' moet geloven.

Enfin, zo begonnen wij aan de laatste etappe door Zuid-Oost Azië. Op een regenachtige ochtend reden wij vanuit het meest Zuidelijke plaatsje Satun de grens over naar Maleisië. Deze overgang ligt in een Natuurpark, boven op een berg. Snel kochten we van onze laatste Thaise Baths een zakje tamarinde, voor onderweg om op te peuzelen. Omdat het één van de minst gebruikte overgangen is, waren we voordat wij met de ogen konden knipperen al het nieuwe land binnen. Geen gezeik, geen gezeur; het ging zo snel en efficiënt dat we 'vergeten' waren verzekering te kopen (voor wat het waard is). Maleisië is zo blij met onze komst, dat wij zonder problemen een stempel van drie maanden in ons paspoort krijgen. Voor de verandering is het visum eens gratis, voor nada, niks, nakka, rien de knots.

Ondanks dat deze landen buren zijn, zijn de verschillen na binnenkomst meteen te merken. De wegen zijn hier nét iets beter en het verkeer lijkt zich nét iets meer aan bepaalde fatsoensnormen te houden. Voor motoren op auto- en snelwegen hebben ze zelfs speciale rijbanen bedacht die veel doen denken aan onze roodgebaande fietspaden in Nederland. Onder viaducten mag je als motorrijder staan schuilen voor de regen. Iedereen die dat wil, deed dat gewoonlijk al maar in Maleisië staat het met borden speciaal aangegeven. De vangrail is voor het gemak op twee plaatsen onderbroken zodat je even gemakkelijk de snelweg af, en weer op kunt.

Nog een belangrijk verschil met Thailand zijn de mensen. De bevolking kun je grofweg in drie groepen indelen; de traditionele Maleisiërs, de immigranten uit China en de Indiërs. Die laatste twee nationaliteiten zijn hier vanaf 1950 in grote getale heen gekomen om te werken. Veel goudzoekers uit Indië maar ook gastarbeiders uit Nepal en Indonesië stromen nog steeds binnen. Dit geeft wat sociale onrust schijnt, al hebben wij daar weinig van gemerkt. Het is wel verwarrend als je vraagt of iemand die duidelijk Indiër is of hij daar vandaan komt. Dan zal die zeggen, "Nee, ik kom uit Maleisië." Ja maar? "O ja, mijn overgroot vader, die komt uit India. Ik niet hoor." De Maleisiër is trots op zijn land. Waar die dan ook -oorspronkelijk- vandaan is gekomen. Die synergie tussen mensen, culturen en religies vindt je terug in de vlag (die lijkt op de Amerikaanse vlag) en de sticker van de vlag in de vorm van het cijfer één.

Al die verschillende culturele invloeden vindt je terug in het eten. Voortaan eten we Peking eend, wan-ton soep of rotti canai, curry en naan of nasi rendang of goreng en 's ochtends natuurlijk een nasi melak. Heel gevarieërd dus maar helaas niet zo verfijnd als het eten in Thailand maar ach, we bijten ons er plezierig doorheen.

Omdat we niet met de motor het eiland Paulu Langkawi op konden, kozen we voor het naastgelegen eiland waar we wel toegelaten werden. Penang bereik je namelijk via een indrukwekkende tuibrug die de (toch wel) metropool met het vaste land verbindt. Via de rode stroken, reden we in de stromende regen de stad Georgetown binnen. Een geliefde plek voor toeristen om even een nieuw visum voor Thailand te regelen. Met name de oude wijk met Chinese huisjes zijn een bezoek waard. En de Boeddhistische Lok Si Mek toren die je een mooi uitzicht geeft over het eiland. Toch was het er drukker dan toen ik er voor het eerst was, we dus besloten om naar de Cameron Highlands te gaan.

De Highlands zijn een favoriete bestemming voor wandelaars én motorrijders, want de 70-kilometer lange weg naar boven heeft genoeg bochten om je medepassagier het maagzuur door het vizier naar buiten te laten proesten. Wij stopten voordat we de brokken uit Lisan's helm moesten schrapen, bij één van de ontelbare kasbedrijven. Hier werden planten gekweekt en aardbeien. We namen even de tijd voor een Brusselse wafel met een rode shake. De ingrediënten ervan konden we zelf plukken maar dat vonden wij een beetje te gortig. De prijs ervan zou net zo hoog zijn als een bakkie zomerkoninkjes in Nederland. Da's toch niet echt goedkoop?

Die nacht ervaarden wij onze eerste koude nacht in lange tijd. We sliepen op 1.400 meter hoogte op een camping in een natuurpark. Volgens onze nieuwe vriend 'Mr. Thai' kwam het kwik tot wel 10 graden 's-nachts. Nee maar, echt freezing niet maar we waren het duidelijk niet meer gewend. Mr. Thai was dat wel. De arme drommel was alles in zijn leven kwijt geraakt. Op een oude Toyota na. Die gebruikte hij als opslag voor zijn plasticzakjes met spullen. En hij bezat twee stukken blauw zeil die hij op ingenieuze wijze tussen twee bomen had gespannen. "Het ene stuk fungeert als een dak en het andere hangt zo dat ik erin kan liggen. Met klemmen zet ik de zijkanten vast zodat het niet inregent." En regenen deed het. "In de highlands regent het elke dag," volgens de bejaarde man. Thai vertelde triomfantelijk en in bijzonder goed Engels dat hij wel van dit klimaat hield. "Niet te warm en niet te koud. Perfect." Ondanks dat Mr. Thai de camping veilig noemde, sliep ik met één oog open en de hand op de 30-cm lange bandenlichter onze alternatieve ploertendoder. Mr. Thai scharrelde die nacht tot een uur of drie in het rond en deed daarna het licht uit zodat het donker werd en wij eindelijk beide ogen dicht konden doen.

We zijn nóg een keer naar de Cameron Highlands geweest maar dat was na het eiland Pangkor en het plaatsje Lumut. Evenals de regen was Mr. Thai er nog steeds. We overnachten niet langer in stilte: elke beschikbare plek was bezet met allerlei kleuren tentzeil. Jongens en meisjes van een Islamitische school uit Oost-Maleisië waren er op bivak. Ze giechelden alcohol-loos tot diep in de nacht, en de volgende ochtend wasten  ze zich met kleren en al schoon met de schepdouche. Mr. Thai sliep nog uit als wij allang waren vertrokken. En zo gebeurde het dat wij deze aardige, goedlachse reiziger steeds niet konden vragen welk onheil hij is overkomen en hoe lang hij nog denkt in twee stukken plastic te slapen.

Eigenlijk waren wij op weg naar Singapore. Na een week in het plaatsje Lumut hadden we uiteindelijk ontdekt dat het eigenaren van buitenlandse voertuigen wel héél moeilijk wordt gemaakt om dit land binnen te komen. Zo moet je voordat je de grens over rijdt, toestemming geregeld hebben van de lokale RDW en je moet een verzekering hebben. Aan de grens moet je dan nog eens wegenbelasting betalen en dat alles terwijl wij alleen maar een paar kilometer naar de haven wilden rijden. Prompt cancelden wij onze overeenkomst met de Noorse reder Wallenius Willemsen en kozen voor het meer illustere bedrijfje van een Indiër die luisterde naar de naam 1$. Hoe kan dat nou zal je denken? Dat riekt naar ongein toch? Bij ons zette de afkeer van het bureaucratische en dure Singapore alle lichten voor een alternatief op groen. Daarnaast werden we gerust gesteld door de goede ervaringen van andere reizigers met 1$ en zijn broer Abul. Bovendien is 1$, die altijd zo genoemd werd door een Thaise straatjongen die hij kennelijk een dergelijk bedrag toewierp, zelf een wereldreiziger, eentje die al meer gezien heeft van de wereld dan wij. Eenmaal in Port Klang aangekomen werd het van dik hout zaagt men planken. De motor werd gepamperd, gewassen, kist getimmerd en het geheel (inclusief een groot deel van onze bagage) ingepakt voor verscheping. Met lichte tegenzin bleven wij achter op de kade. George koos het ruime sop over de woelige baren. Niet zo maar een oversteek; dit is de Grote Oceaan. Ruim 25.000 kilometer wild water. Een afstand over zee die langer is dan wij tot nu toe samen hadden afgelegd.

Het is best even wennen zonder wheels. Zo bevonden wij ons sinds lange tijd weer in een trein, op weg naar Kuala Lumpur. En dan overstappen op de metro, vervolgens nog een kilometer in de brandende zon sjouwen met onhandige motortassen. We hebben het te doen met backpackers en we missen onze George. Samen hadden we over deze reis van drie uur misschien maar 30 minuten gedaan... Ook in 'KL' ontmoetten we weer veel vriendelijke mensen. Als Maleisië dan niet mijn /ons favoriete land is, de mensen zijn dat wel. De meesten spreken goed Engels en ze zitten nooit om een praatje verlegen. Ze zijn niet opdringerig en ze vinden een 'big motorcay' niet vreemd. In veel gevallen hebben ze er zelf eentje in de schuur staan en dan gaat een conversatie over reizen en motoren eens een keer verder dan de gebruikelijke vragen, "Waar kom je vandaan? Waar ga je naartoe? Hoeveel kost de motor?"

Inmiddels resideren wij in Bangkok en wachten wij af wanneer George in Long Beach, Californië aankomt.

Meer weten over hoe het verder gaat met de avonturen van Bajatwin ná de reis door Azië? Lees het gedeelte The Route.

Welkom in Maleisië! Dit is een dag voordat een groot deel van onze landenstickers van de koffers geklauwd werden... 

Na sluitingstijd mogen de brommers veilig binnen staan.

Deze grappige ijzerwerkjes vind je op meerdere plekken in George Town.

Deze jongen snijdt een stuk van de steel om te zien of de Jackfruit al rijp is.

Blauwe betonblok in George Town.

Foodcourt in shoppingmall..niet heel gezellig maar wel lekker en goedkoop. !

Kerstpakjes.

Authentieke chinese lampion schilderaar. 

Vrolijke fietstaxi.



Zie hier een blije fruitvlieg op een aardbei zitten.De aardbei is trouwens een soort symbool van de Cameron Highlands. Ze worden er niet alleen vers verkocht, maar ook als souvenir in ( bijna ) elke denkbare vorm.

Ons favoriete camping plek in de Cameron Highlands. 

Uitzicht van een theeplantage in de Cameron Highlands.

De beste plek om te stoppen op weg naar de Cameron Highlands.


Famous People on the wall. Kuala Lumpur.

Petronas Towers.

Kuala Lumpur ; een metropool.

Chinese tempel in Chinatown.

Een typisch voorbeeld van een straat in Maleisie. Vaak zijn de betonblokken ongeverfd, wat er iets minder vrolijk uitziet.
Enorm gouden beeld onderaan de trap van 224 treden naar de ingang van de Batu Caves.

Hindoestaans tafereel.

Muzikanten bij een ceremonie in een van de tempels van de Batu Caves.

CUTE MONKEY

Prachtige tempel in de Batu Caves.

Cave man.


Deze man probeert het record vis-hangen te verbeteren..

Try to surf on a dolphin !


In Maleisie is men er van overtuigd dat het toch echt handiger rijd met je jas achterstevoren . Wij hebben het niet zelf niet uitgeprobeerd.


In Lumut verkopen ze allerlei soorten gedroogd vis . We hebben eens een ''pret pakket '' gekocht met van alles erin. Pret hadden we maar het een was nog viezer dan het ander. Gelukkig hadden we ook een zak overheerlijke Kreeftkroepoek ingeslagen..die toch meer in de smaak viel.

Daar staat ie dan..voor een maand achtergelaten om in een zeecontainer naar USA te worden vervoerd.. Tot gauw stoere George !

Ook hier hebben ze de Gangnam style al aardig onder de knie.

O no ! It's raining again...

Een tafel vol Chinees / Maleisische gerechten.

Tijdens onze laatste overnachting sliepen we in een soort kantoorruimte op een matras op de grond. De eigenaresse van deze zogenoemde travellodge was heel aardig en vooral heel goed van vertrouwen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen